Nestor bulletin aanmelden
18 OKTOBER 2011 Cees Stal
Conferentie “Het Nederlandse welzijnsbestel op de schop’’ was een succes
De Conferentie “Het Nederlandse welzijnsbestel op de schop’’, die vrijdag 14 oktober in het Centraal Museum van Utrecht plaatsvond, was een succes.
Onderstaand de conclusies die Cees Stal, voorzitter van de Nestrorkring, aan het eind van de discussies formuleerde.
Binnenkort publiceren wij het uitgebreide verslag van de conferentie.
Cees Stal: De keten is niet op de goede manier georganiseerd, lijkt het. Ergens moet de fundamentele aanpassing worden ingezet. Op het hoogste abstractieniveau gaat het om een aantal partijen in de keten: de overheid, de welzijnsinstelling, de medewerkers van de welzijnsinstelling en de klant (beter: burger).
De Overheid, met name de gemeenten
Van de overheid hoeven we op dit moment niet zoveel te verwachten als het om verbeteringen gaat. Die overheid gaat niet het voortouw nemen bij het realiseren van veranderingen.
Jos van der Lans merkt op: “Maar zonder een overheid die de gewenste verandering ziet en aanjaagt, gaat het sowiezo niet lukken.”
Hans Zuiver voegt toe: “De tijd dringt, want voor je het weet is de recessie (en dus de urgentie voor verandering) voorbij. Voor die tijd moeten we onze slag slaan.”
De instellingen
De instituties hebben zich gevormd naar het gedrag van de overheid. Ze zijn naar binnen gericht, steeds groter, steeds meer bureaucratisch geworden. Maar een aantal instellingen hebben geconstateerd dat deze slaafse, door financiering gedreven opstelling niet leidt tot tevreden burgers. Het moet anders. Minder letten op de financier en meer kijken naar de burger. Dat kunnen ze doen door zich minder te gedragen als een supermarkt, maar door de boer op te gaan.
De medewerkers van de instellingen
Dat doet niet die instelling zelf maar dat doen de medewerkers van de instellingen. Belangrijk is dat de medewerkers meer het voortouw nemen. De generalisten hebben daarbij een sleutelrol, zij staan aan het front. De specialisten moeten achter het hek blijven, ze vormen de tweede lijn.
Vrijwilligers moeten nadrukkelijker benaderd en gezien worden.
Belangrijk is: zoek partnerships met instellingen die ook met de individuele burgers bezig zijn. Die zich ook richten op leveren op aanvraag in plaats van uit de etalage. Voorwaarde is dat er ook een culturele omslag komt. Dat lukt alleen onder druk van financiën. Die zullen dus minder worden. Gebruik dat breekijzer om de cultuur aan te pakken en voldoende tegengas te geven aan de gemeente.
De burger
De burger moet niet meer worden benaderd als de passieve consument maar als een volwassen individu, die in principe veel zelf kan maar soms geholpen moet worden. We willen dat hij zelf gaat zoeken naar wat hij denkt nodig te hebben.
Over 2 of 3 jaar heb je kans dat er een welzijnswerk is dat werkelijk tegemoet komt aan de noden van de burger. Welzijnswerk dicht bij de burger en aangepast aan de wensen van de burger.
Wie durft tegengas te geven en het profiel van de welzijnsorganisaties aan te passen? In Amsterdam is er een hele grote welzijnsinstelling waar het lijkt te kunnen. En er is goede hoop dat de gemeente volgt!!

